BelastingenAdviserenDetacherenOpleiden

Met twee wielen op de stoep parkeren kan leiden tot een naheffingsaanslag en een parkeerboete

Jurisprudentie24 december 2021Advocaat-Generaal IJzerman heeft op 28 oktober 2021 conclusie genomen over de vraag of sprake kan zijn van parkeren in de zin van artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet, nu X strafrechtelijk foutgeparkeerd stond, omdat zijn auto met twee wielen buiten het parkeervak stond op de stoep.

Wat ging eraan vooraf

X heeft zijn auto geplaatst in een parkeervak, dat is aangewezen als plaats waar betaald parkeren geldt, met twee wielen op de stoep. Omdat X geen parkeergeld heeft betaald is er een naheffingsaanslag opgelegd. Hiertegen heeft X samen met zijn gemachtigde bezwaar aangetekend en later beroep bij de rechtbank. X heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zijn auto altijd zo wegzette, omdat hij geen parkeergeld wilde betalen en dat hij zijn auto in heel Nederland op deze manier heeft geparkeerd.

Zijn gemachtigde verklaart dat er inmiddels in ongeveer 30 beroepszaken uitspraak is gedaan door verschillende rechtbanken. Er lopen daarnaast nog andere procedures. De Rechtbank stelt vast dat belanghebbende zijn auto in 2019 tenminste 40 keer op deze wijze heeft geparkeerd door heel Nederland. De Rechtbank, daarin gevolgd door het Hof, is van oordeel dat X parkeerbelasting verschuldigd was.

De gemachtigde van X neemt in Hoger beroep de stelling in dat het strafrechtelijk fout parkeren in de weg staat van (fiscaal) parkeren en vraagt de Hoge Raad hier een uitspraak over te doen.

In voorbereiding op de uitspraak van de Hoge Raad heeft A-G IJzerman conclusie genomen over de vraag of er sprake kan zijn van parkeren in de zin van de Gemeentewet nu X strafrechtelijk foutgeparkeerd stond, omdat zijn auto met twee wielen buiten het parkeervak stond op de stoep.

Verboden samenloop

Heffing van parkeerbelasting is alleen mogelijk als het gaat om het parkeren op een plaats waarop dit niet volgens een wettelijk voorschrift is verboden (artikel 225 lid 2 Gemw). Dit wordt bevestigd in de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de regeling van parkeerbelasting geen betrekking heeft op plaatsen waar parkeren verboden is. Bij een plaats waar een parkeerverbod geldt kan dus alleen de strafrechtelijke handhaving openstaan (Wet Mulder) en geen naheffingsaanslag worden opgelegd.

Uit de conclusie van de A-G- blijkt dat dit niet wil zeggen dat elk strafrechtelijk onjuist parkeren in de weg hoeft te staan van het heffen van parkeerbelasting.

Voorbeeld 1: De A-straat is door het college aangewezen als een straat waar geparkeerd mag worden tegen voldoening van parkeerbelasting. Y parkeert zijn auto in de A-straat voor een uitrit. Het parkeren van een voertuig voor een uitrit is verboden op grond van het regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (art. 24 lid 1 sub b RVV 1990). Dit betekent dat er is geparkeerd op een plaats waar dit wettelijk verboden is. Het heffen van parkeerbelasting is dus niet mogelijk op deze plaats. Hier kan enkel een strafrechtelijke parkeerboete worden opgelegd.

Voorbeeld 2: Het voertuig wordt door Y- in de A-straat geparkeerd binnen een parkeervak maar met twee wielen op het fietspad. Het is wettelijk verbonden om gebruik te maken van het fietspad voor het parkeren van een motorvoertuig. Echter maakt Y ook gebruik van een parkeervak dat is aangewezen als een locatie waar betaald parkeren geldt. In dit geval is er geen sprake van een verboden samenloop omdat er geen wettelijk verbod bestaat op het parkeren in een parkeervak. In deze situatie kan er wel parkeerbelasting worden geheven maar kan ook een parkeerboete worden opgelegd.

Strafrechtelijke overtreding

Volgens artikel 10 van het RVV 1990 is het verboden om de stoep te gebruiken voor het parkeren van een motorvoertuig. Dat betekent dat X heeft geparkeerd in strijd met dat verbod en er geconcludeerd moet worden dat er sprake is van een strafrechtelijke overtreding.

Parkeerbelasting
In het kader van de parkeerregulering kan er een belasting worden geheven voor het parkeren van een voertuig door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze (art. 225 lid 1 sub a Gemw). De plaats waar X stond geparkeerd was door het college aangewezen als een plaatst waar geparkeerd mocht worden tegen betaling van parkeerbelasting.

Conclusie

Uit het advies van de A-G volgen er drie verschillende situaties:
1 Er wordt volledig op de stoep geparkeerd. In deze situatie kan alleen een parkeerboete worden opgelegd op grond van de Wet Mulder.
2 Het voertuig staat in het parkeervak waar betaald parkeren geldt. Er kan een naheffingsaanslag worden opgelegd op grond van de Gemeentewet.
3 Er wordt geparkeerd in een parkeervak en met twee wielen op de stoep. Er is geen sprake van een verboden samenloop. Er kan dan zowel een naheffingsaanslag worden opgelegd als een parkeerboete.

X heeft zijn voertuig geparkeerd in een parkeervak met twee wielen op de stoep. Omdat hier geen sprake is van een verboden samenloop kunnen we uit de conclusie van de A-G opmaken dat de heffingsambtenaar terecht is overgegaan tot het opleggen van een naheffingsaanslag.

Voor de hele uitspraak zie: ECLI:NL:PHR:2021:1011
 

Jur van der Tuuk

Jur is adviseur bij Involon. Hij heeft zich gespecialiseerd in de gemeentelijke heffingen, waaronder de BIZ, de reclamebelasting en de precariobelasting. Verder ligt zijn expertise op het gebied van de afhandeling van heffingsbezwaren en vertegenwoordigt hij gemeenten in rechte. Ook behandelt hij verzoeken voor kwijtschelding afkomstig van ondernemers. Jur is docent op het onderdeel rechtsbescherming.

024 64 85 900024 64 85 900

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.