BelastingenAdviserenOpleiden

Kwijtschelding en speciale vergoedingen/uitkeringen

Actualiteit22 augustus 2019Als een vermogensbestanddeel met een specifiek doel is verkregen, bijvoorbeeld om aan te wenden voor het herstel van schade, is er een spanningsveld tussen dat doel en de toepasselijke regelgeving voor kwijtschelding. In een dergelijke situatie kan er aanleiding bestaan voor een ruimhartige opstelling van de betrokken overheidsinstantie.

In een dergelijke situatie kan er aanleiding bestaan voor een ruimhartige opstelling van de betrokken overheidsinstantie. Als een vermogensbestanddeel buiten de vermogenstoets wordt gelaten, betekent dat niet dat dit tot in lengte van jaren zo moet blijven. Te denken valt aan een overgangssituatie, waarin het vermogensbestanddeel geheel of gedeeltelijk niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen. De lengte van een overgangsperiode is maatwerk. De Nationale ombudsman heeft in het verleden over een aantal gevallen geoordeeld of een vermogensbestanddeel al dan niet buiten de vermogenstoets diende te blijven. Zo ging het onder meer over een uitkering op grond van de WTCG, om een bedrag dat door een verzekeringsmaatschappij was uitgekeerd als vergoeding voor brandschade, een vergoeding voor immateriële schade (smartengeld) dat betrokkene was toegekend vanwege een ernstig ongeval, een uitkering annuleringsverzekering vakantie, een schade-uitkering van de woning, etc. De Nationale ombudsman acht het wenselijk dat de betrokken overheidsinstantie inzichtelijk maakt welke criteria zij hanteert bij de afweging hoe en hoelang zij rekening houdt met het specifieke doel van het vermogensbestanddeel. Dit brengt met zich mee dat de vermogenstoets bij een verzoek om kwijtschelding of een herzieningsverzoek de bepalingen van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 naar de geest toegepast moeten worden indien een letterlijke toepassing tot een onredelijke en onbedoelde uitkomst leidt. 
 
Hoe zit het dan met de fiscale behandeling van letselschadevergoedingen? 
 
Staatssecretaris Snel van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer (24 april 2019, nr. 2019-0000067992) laten weten dat een mogelijke wijziging van de fiscale behandeling van letselschade-uitkeringen in onderzoek is. In de brief geeft de staatssecretaris een overzicht van de huidige gevolgen van de ontvangst van een letselschade-uitkering. Een eenmalige letselschade-uitkering is niet belast in box 1. Voor zover het bedrag op 1 januari van elk jaar nog in bezit is, wordt het als vermogen belast in box 3. Een uitzondering voor het belasten van letselschade-uitkeringen in box 3 zou het belastingstelsel nog ingewikkelder maken. Dat voor de toeslagen wel een uitzondering bestaat op grond van de hardheidsclausule, leidt bij slachtoffers tot onbegrip. De staatssecretaris wijst er nog op dat de fiscale schade voor de belastingheffing in box 3 van de letselschade-uitkering meestal ook tot de omvang van de vergoeding behoort. De belastingheffing leidt dus per saldo tot een hogere uitkering dan wanneer geen belastingheffing zou plaatsvinden over de uitkering. Het onderzoek is het gevolg van de motie van de leden Leijten (SP) en Lodders (VVD). Wij verwachten dat de staatssecretaris na het zomerreces 2019 de Kamer zal informeren over de resultaten van het onderzoek en de mogelijke oplossingen voor de fiscale behandeling van letselschade-uitkeringen. 
 
Telt vermogen mee voor toeslagen? 
 
Een belanghebbende kan aan de Belastingdienst vragen om ‘bijzonder vermogen’ niet mee te tellen voor huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget. Dat kan in sommige gevallen als het gaat om vermogen van kinderen, smartengeld en bepaalde schadevergoedingen. Bijv. vergoedingen voor ziekte en lichamelijk letsel, vergoedingen voor de gevolgen van oorlog en conflicten en vergoedingen voor seksueel misbruik. Overigens, vergoedingen van aardbevingsschade tellen wél mee als vermogen voor toeslagen. Maar via het schadeloket van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) kan belanghebbende worden gecompenseerd. 
 
En hoe zit het met de vrijstelling van vermogensinkomensbijtelling Wet langdurige zorg? 
 
In 2018 is er door minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge al een belangrijke stap in de goede richting gezet, waarbij letselschadeslachtoffers een vrijstelling van de vermogensinkomensbijtelling hebben gekregen. Door deze vrijstelling wordt de letselschadevergoeding die slachtoffers hebben ontvangen niet meer meegerekend bij de berekening van de eigen bijdrage voor zorg en ondersteunende hulp. Dit voorkomt dat letselschadeslachtoffers een hoge eigen bijdrage moeten betalen dankzij de ontvangen vergoeding.

Geert-Jan Dümmer

Geert-Jan is sinds de oprichting van Involon één van de pijlers van ons Kennis- en Opleidingscentrum. Als docent van vele opleidingen draagt hij zijn uitgebreide kennis en ervaring van kwijtschelding en invordering over. Daarnaast geeft hij adviezen op het gebied van het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid, waaronder de Leidraad invordering en het Incassoreglement.

06 55 14 69 1306 55 14 69 13

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.