BelastingenAdviseren

Jurisprudentie procesrecht

Jurisprudentie05 juli 2019Hoge Raad. De nieuwe bewijsregels voor boetebeschikkingen gaan gelden vanaf 1 augustus 2019

De Hoge Raad komt terug op haar rechtsopvatting uit het arrest van 22 juni 1988 en draait de bewijslast om.
 
In geschil is of de bezwaren van belanghebbende ten aanzien van een aanslag en een bestuurlijke boete ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard door de Inspecteur.

De belangrijkste conclusie uit de uitspraak is dat ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de bestuurlijk boete de Hoge Raad het volgende overweegt: 

In het arrest van 22 juni 1998, ECLI:HR:1988:ZC3854, aanvaardde de Hoge Raad een rechtsopvatting dat niet-ontvankelijkheid buiten toepassing moet blijven indien de belanghebbende stelt dat de termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen. 

De niet-ontvankelijkheid kan slechts in stand blijven indien de onjuistheid van deze stelling wordt bewezen. Het zou immers in strijd zijn met het uit artikel 6 EVRM voortvloeiend recht op toegang tot de rechter wanneer de onzekerheid van de stelling voor risico van de belanghebbende wordt gebracht. Dit was tot dusver ook de gangbare rechtsopvatting.
 
De Hoge Raad komt zoals gesteld nu terug op deze opvatting. Anders dan is aangenomen in het arrest van 22 juni 1988 staat het recht bedoeld in artikel 6 EVRM niet eraan in de weg dat van degene die een beroep doet op een dergelijke termijnoverschrijding bewijs wordt verlangd van de oorzaak van de termijnoverschrijding. 

Het is dus niet meer aan de heffingsambtenaar om de onjuistheid van de stelling te bewijzen maar aan degene die zich beroept op deze verschoning van de termijn om de juistheid daarvan aan te tonen.
 
Het zou in strijd zijn met het rechtzekerheidsbeginsel indien deze bewijsregel ook in lopende zaken aan belastingplichtige zou worden tegengeworpen. Daarom mag deze pas worden toegepast op zaken die zijn ingediend na 1 augustus 2019 [ECLI:NL:HR:2019:1102]

Jur van der Tuuk

Jur is adviseur bij Involon. Hij heeft zich gespecialiseerd in de gemeentelijke heffingen, waaronder de BIZ, de reclamebelasting en de precariobelasting. Verder ligt zijn expertise op het gebied van de afhandeling van heffingsbezwaren en vertegenwoordigt hij gemeenten in rechte. Ook behandelt hij verzoeken voor kwijtschelding afkomstig van ondernemers. Jur is docent op het onderdeel rechtsbescherming.

024 64 85 900024 64 85 900

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.