BelastingenAdviserenOpleiden

Besluit Beslagvrije voet

Actualiteit23 mei 2019Met het besluit is uitvoering gegeven aan de vereenvoudiging van de berekening van de beslagvrije voet, met meer oog voor de financiële belangen van schuldenaar én schuldeiser. Het besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Stb. 2017, 110) wordt een nieuwe regeling van de beslagvrije voet in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening geïntroduceerd. Hiermee wordt een betere bescherming van de beslagvrije voet beoogd. De kern van de wet is de gewijzigde berekeningswijze van de beslagvrije voet, waardoor het vaststellen van de beslagvrije voet minder afhankelijk wordt van informatieverstrekking door de schuldenaar. Ook in het proces van beslaglegging wordt een aantal belangrijke aanpassingen gedaan. Dit leidt ertoe dat in het geval van meerdere beslagleggende partijen, deze partijen vaker weet hebben van elkaar handelen en daarmee rekening kunnen en moeten houden.
De wet geeft aan dat voor het berekenen van de beslagvrije voet moeten worden uitgegaan van het meest recente maandinkomen, indien dat een reële afspiegeling is van het maandinkomen van de schuldenaar. Of dat het geval is, wordt beoordeeld aan de hand van de door de polisadministratie beschikbaar gestelde informatie over het inkomen uit de vier aan het beslag voorafgaande maanden. Als het meest recente maandinkomen geen reële afspiegeling vormt van het belastbaar inkomen, voorziet dit besluit in de wijze waarop dan het belastbare inkomen moet worden berekend.

De kern van de wet is de gewijzigde berekeningswijze van de beslagvrije voet, waardoor het vaststellen van de beslagvrije voet minder afhankelijk wordt van informatieverstrekking door de schuldenaar zelf. Ook in het proces van beslaglegging wordt een aantal belangrijke aanpassingen gedaan. Dit leidt ertoe dat in het geval van meerdere beslagleggende partijen, deze partijen vaker weet hebben van elkaar handelen en daarmee ook rekening kunnen en moeten houden. Waar binnen het huidige proces het aan de schuldenaar is om informatie aan te leveren voor het correct kunnen vaststellen van de beslagvrije voet, kan de deurwaarder aan de hand van de nieuwe regeling voornamelijk uitgaan van informatie uit de basisregistratie personen (BRP) en de polisadministratie van het UWV om de beslagvrije voet vast te stellen. Hierdoor verandert de rol van de schuldenaar van informatieverstrekkend (huidig stelsel) naar meer controlerend. Met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt dan ook een belangrijk knelpunt binnen het huidige systeem ondervangen, namelijk het feit dat de schuldenaar veelal de gevraagde informatie niet levert. Het niet reageren van de schuldenaar heeft binnen het huidige stelsel vaak tot gevolg dat de beslagvrije voet te laag wordt vastgesteld. Dit risico wordt door het binnen de wet geïntroduceerde systeem beperkt. De wet verwijst op een vijftal plaatsen naar een te nemen algemene maatregel van bestuur die in het besluit worden uitgewerkt.

Het besluit vindt u hier.

Geert-Jan Dümmer

Geert-Jan is sinds de oprichting van Involon één van de pijlers van ons Kennis- en Opleidingscentrum. Als docent van vele opleidingen draagt hij zijn uitgebreide kennis en ervaring van kwijtschelding en invordering over. Daarnaast geeft hij adviezen op het gebied van het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid, waaronder de Leidraad invordering en het Incassoreglement.

06 55 14 69 1306 55 14 69 13

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.