Belastingen

Onbedoeld geen kwijtschelding meer. Waar blijft de oplossing?

Actualiteit03 december 2023Door een combinatie van wijzigingen in het wettelijk minimumloon en de bijstandsnorm komen mensen met een Wajong-, WIA- en WAO-uitkering niet of niet meer volledig in aanmerking voor kwijtschelding. Komt er binnenkort een structurele oplossing?

Het probleem
Het wettelijk minimumloon is op 1 januari 2023 met 10,15% gestegen en op 1 juli 2023 met 3,13%. Een groot aantal uitkeringen is aan het wettelijk minimumloon gekoppeld, zo ook de Wajong-, WIA en WAO-uitkering.
Als onderdeel van de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding wordt de betalingscapaciteit berekend. Door de verhoogde uitkeringen zien we dat met name bij Wajong-, WIA en WAO-uitkeringen, een (groter) positief verschil ontstaat van het netto-besteedbare inkomen ten opzichte van de kosten van bestaan (kwijtscheldingsnorm). Daardoor komen die uitkeringsgerechtigden niet of niet meer volledig in aanmerking voor kwijtschelding. Mogelijk geldt dit ook in meer of mindere mate bij andere uitkeringen.

In mei van dit jaar heeft de VNG aan gemeenten een oproep gedaan om verzoeken om kwijtschelding aan te houden als door de verhoogde Wajong-, WIA of WAO-uitkering betalingscapaciteit ontstaat. De verwachting was dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een oplossing zou uitwerken voor het onbedoelde effect van die verhoogde uitkeringen. Vanuit de VNG en SZW is verdere informatie uitgebleven.

Kortgeleden heeft de Nationale ombudsman een brief geschreven naar de Vaste Kamercommissie van SZW. De Ombudsman roept op om bij het kabinet aan te dringen op een snelle structurele oplossing. De Ombudsman is van mening dat burgers niet de dupe mogen worden van onbedoelde effecten van wet- en regelgeving. Inmiddels heeft de Kamercommissie aan de (demissionair) minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen om een reactie op de brief van de Ombudsman gevraagd.

Structurele oplossing gewenst
Als er geen structurele oplossing komt dan stijgt de bijstandsnorm (de basis voor de kwijtscheldingsnorm) iedere keer minder ten opzichte van andere uitkeringen. Dit wordt veroorzaakt door de afbouw van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner in het nettoreferentie minimumloon waarop de bijstandsnorm is gebaseerd. En dat resulteert erin dat in de loop van de tijd meer burgers niet meer of in mindere mate voor kwijtschelding in aanmerking komen.

Daarnaast sluit ik niet uit dat onderzoek naar onbedoelde (?) effecten van wijzingen in het wettelijk minimumloon en de bijstandsnorm verder gaat dan alleen m.b.t. de kwijtschelding. Denk aan ongewenste effecten bij de toekenning van de inkomensafhankelijke toeslagen en lokale minimaregelingen.

Tijdelijke oplossing
Op 6 november jl. schrijft de VNG op haar website: “De VNG, Unie van Waterschappen en LVLB hebben met het rijk afgesproken dat de werkwijze voor 2023 en 2024 wordt dat de personen die het betreft in het systeem op kwijtschelding worden gezet, maar in de praktijk niet verder worden bemoeilijkt. Dit betekent dat u deze personen in reactie op hun kwijtscheldingsverzoek een brief stuurt waarin staat dat zij niet voor kwijtschelding in aanmerking komen, maar dat de aanslag op nul wordt gezet waardoor zij niet hoeven te betalen. Deze aanpak lijkt op de korte termijn de enige manier te zijn om het doel (de aanslag hoeft niet betaald te worden) te bereiken en te zorgen dat er op rechtmatige wijze de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets voor 2024 kan worden uitgevoerd. Het rijk zal deze te volgen werkwijze nog bevestigen met een kamerbrief of informatiebrief. Vooruitlopend hierop kunt u de kwijtscheldingsverzoeken op de afgesproken wijze afhandelen en de geautomatiseerde toets over 2024 doen. Het rijk werkt aan een structurele oplossing per 2025.”

Hoe nu verder?
Beleidsmatig kan de ambtenaar belast met de invordering (hierna: Ontvanger) beslissen om geen verdere invorderingsmaatregelen te treffen (in een ver verleden 'niet verder bemoeilijken' geheten), als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de ontvanger voortzetting van de invordering niet gewenst vindt. De ontvanger wijst het verzoek om kwijtschelding dan af, met daarbij de toezegging dat verder geen invorderingsmaatregelen (meer) worden getroffen. De beslissing van de ontvanger om geen verdere invorderingsmaatregelen te treffen heeft materieel dezelfde gevolgen als kwijtschelding. Zie art. 26.6 Leidraad Invordering.

Maar hoe te handelen als er naast de Wajong-, WIA- en WAO-uitkering andere bronnen van inkomen zijn die van invloed zijn op de positieve betalingscapaciteit. Bijvoorbeeld inkomsten uit studiefinanciering, onderhuur, kostgangers, bijdragen van huisgenoten, heffingskortingen etc.? Waar ligt de knip? Waarom wordt niet gekozen voor een oplossing door het vaststellen van een bedrag waarmee de kwijtscheldingsnorm voor bepaalde uitkeringen tijdelijk wordt verhoogd. Dit kan eenvoudig en snel worden vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 of desnoods in de Leidraad Invordering. In het verleden zijn vergelijkbare aanpassingen ook zo vormgegeven, als voorbeeld de vrijlating van PGB-inkomsten (art. 26.2.13a Leidraad) gedeeltelijke vrijlating van de inkomensondersteuning voor AOW’ers (art. 16 UR IW) en het vrijlaten van het banksaldo als energietoeslag is ontvangen (art. 26.2.4 Leidraad).

En hoe om te gaan als slechts voor een deel van het aanslagbiljet kwijtschelding mogelijk is? Dan wordt dus in voorkomende gevallen voor een deel van de aanslag geen verdere invorderingsmaatregelen getroffen. De aanslag kan niet op 0 worden gezet. Duidelijke communicatie met de belastingschuldige is noodzakelijk. Onduidelijkheid over kwijtschelding heeft grote impact op de belastingschuldige. Het zorgt voor financiële onzekerheid en stress.

En dan nog de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets door het Inlichtingenbureau. Ook voor 2024 zal er waarschijnlijk een belemmering op het inkomen worden gerapporteerd. We blijven problemen houden!

Lang niet alle lokale overheden hebben de verzoekschriften, waarbij sprake is van onbedoelde effecten van de verhoogde uitkeringen, aangehouden. Bij een (gedeeltelijke) afwijzing op grond van betalingscapaciteit is meestal wel vermeld dat als de wet- en regelgeving met terugwerkende kracht wijzigt, de betalingscapaciteit wordt herberekend (en kan resulteren in een teruggaaf). Geen verkeerde keuze, lijkt mij. Een snelle en structurele oplossing lag niet in het verschiet. Het is een complexe materie. Bovendien voorkom je, als je ‘gewoon’ op het verzoekschrift beslist, het risico van stapeling van schulden en beperkt je de problemen in de uitvoering. Ja, wel ten koste van de uitkeringsgerechtigde, dat wel.

Helaas, nu geen structurele oplossing. Ik ben benieuwd of de VNG, Unie van Waterschappen en de LVLB voor een praktische uitvoering nog met andere aanbevelingen komen anders dan die van het buiten invordering laten.
 

Geert-Jan Dümmer

Geert-Jan is sinds de oprichting van Involon één van de pijlers van ons Kennis- en Opleidingscentrum. Als docent draagt hij zijn uitgebreide kennis en ervaring van onder meer de (dwang)vordering, kwijtschelding en insolventie over. Niet alleen m.b.t. fiscale geldsommen, maar ook over andere bestuursrechtelijke vorderingen. Persoonlijk, deskundig en scherp. Daarnaast geeft hij adviezen, onder meer op het gebied van vast te stellen beleidsregels, de beleidskeuzes voor de kwijtschelding, het toepassen van de invorderingsrente, het schrijven van een incassovisie, procesinrichting en het uitvoeren van een invorderingsscan.

06 55 14 69 1306 55 14 69 13

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.