BelastingenAdviserenOpleiden

Kwijtschelding: bij medebewoners tot 27 jaar in principe altijd de woonlasten delen?

Opinie21 december 2022Het verhogen van de leeftijdgrens van kostendelende medebewoners van 21 jaar naar 27 jaar heeft gevolgen voor de berekening van de betalingscapaciteit.

Mogen we stellen dat de woonlasten ook gedeeld worden als een belastingschuldige met meerdere mensen in de leeftijd van 18 tot 27 jaar een woning deelt? De Participatiewet biedt een vangnet voor degenen die dat echt nodig hebben, zowel wat betreft de inkomensondersteuning als de arbeidsondersteuning. Bij het verstrekken van een bijstandsuitkering kan de belanghebbende te maken krijgen met de kostendelersnorm. Het aantal huisgenoten telt mee voor de hoogte van de uitkering.

Het bij inkomensondersteuning rekening houden met schaalvoordelen hoeft bij elkaar wonen niet in de weg te staan, mits de bestaanskosten ook daadwerkelijk worden gedeeld. Uit onderzoek blijkt echter dat dit bij gezinnen met inwonende jongvolwassenen tot dakloosheid kan leiden. Daarom wordt met ingang van 1 januari 2023 de kostendelersnorm versoepeld: jongvolwassenen tot 27 jaar tellen niet langer mee als kostendelende medebewoner.

Het verhogen van de leeftijdgrens heeft gevolgen voor de berekening van de betalingscapaciteit: bij het bedrag van de kosten van bestaan (kwijtscheldingsnorm) en - als onderdeel van de uitgaven – bij het bedrag aan netto-woonlasten.

In 2015 is de kostendelersnorm in de bijstand geïntroduceerd. Tot dan kenden we een voordeurdelersregeling, die voor de belanghebbende financieel gunstiger was. Een nadeel van de voordeurdelersregeling was dat een stapeling van bijstandsuitkeringen op één woonadres kon optreden. De prikkel om te gaan werken nam hierdoor af. Een ander nadeel was dat de hoogte van de bijstandsuitkering niet afhankelijk was van het aantal kostendelers, waardoor het principe van het aanpassen van de uitkering op schaalvoordelen niet opging.

Gekoppeld aan de voordeurdelersregeling kenden we destijds voor de berekening van de betalingscapaciteit een beleidsbepaling over de netto-woonlasten bij meerpersoonshuishoudens.
In de Leidraad invordering art. 26.2.15a was geregeld: “In het geval de belastingschuldige met tenminste twee personen van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert alsmede in het geval de belastingschuldige met één of meer bloedverwanten in de eerste graad van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert dan wel anderszins op één adres verblijf houdt, wordt bij de berekening van de betalingscapaciteit geen rekening gehouden met de netto-woonlasten, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat de woonlasten niet gedeeld kunnen worden. Het vorenstaande geldt niet als sprake is van commerciële verhuur, te weten als sprake is van kostgangers of kamerhuurders.”

De vraag die opdoemt is of deze vervallen beleidsregel (door de invoering in 2015 van de kostendelersnorm) in 2023 in een nieuwe variant terugkomt. Mogen we stellen dat een belastingschuldige die met meerdere mensen in de leeftijd van 18 tot 27 jaar een woning deelt, in principe ook de woonlasten deelt? En dat die inwonenden worden geacht gederfde inkomsten (verlies kwijtschelding, maar ook huurtoeslag) onderling bij te dragen zodat het leefbudget rond komt?

Hierna eerst de tekst van art. 15, lid 4 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en daarna een voorbeeld dat als beleidsbepaling vanaf 1 januari 2023 kan dienen.

Art. 15, lid 4 UR IW: Indien de belastingschuldige zijn woning deelt met een of meer personen op wie de norm, bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet, van toepassing is, worden de netto-woonlasten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geacht gelijkelijk over ieder van deze personen te zijn verdeeld.

Voorbeeld nieuwe beleidsbepaling: In het geval de belastingschuldige zijn woning deelt met een of meer personen van 18 jaar of ouder op wie de norm, bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet, niet van toepassing is, worden bij de berekening van de betalingscapaciteit de netto-woonlasten geacht gelijkelijk over ieder van deze personen te zijn verdeeld, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat de woonlasten niet gedeeld kunnen worden. Het vorenstaande geldt niet als sprake is van commerciële verhuur, te weten als sprake is van kostgangers of kamerhuurders.

De vraag is of we beleidsmatig kunnen stellen dat woonlasten ook gedeeld worden als een belastingschuldige met meerdere mensen in de leeftijd van 18 tot 27 jaar een woning deelt. Het bij elkaar wonen geeft schaalvoordelen en daarmee wordt bij de beoordeling van de betalingscapaciteit rekening mee gehouden, mits de woonlasten ook daadwerkelijk kunnen worden gedeeld. 

Geert-Jan Dümmer

Geert-Jan is sinds de oprichting van Involon één van de pijlers van ons Kennis- en Opleidingscentrum. Als docent van vele opleidingen draagt hij zijn uitgebreide kennis en ervaring van kwijtschelding en invordering over. Daarnaast geeft hij adviezen op het gebied van het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid, waaronder de Leidraad invordering en het Incassoreglement.

06 55 14 69 1306 55 14 69 13

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.