BasisregistratieAdviserenDetacherenOpleiden

Bewijslast gedateerdheid woning ligt bij belanghebbende en niet bij de gemeente

Jurisprudentie14 januari 2022Op 21 december 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in de betreffende beroepszaak waarbij de WOZ-waarde in het geding was. De rechtbank heeft hierin een aantal interessante beoordelingen gedaan.

De primaire objectkenmerken waren niet in het geding en waren vaststaande feiten. De zaak had vooral betrekking over de secundaire objectkenmerken. De eiseres stelde dat de woning gedateerd was.

Omdat de Waarderingskamer in 2012 als kwaliteitsnorm had gesteld dat elk jaar 20% van de WOZ-objecten gecontroleerd moet worden op de juistheid van de objectkenmerken en in 5 jaar tijd alle WOZ-objecten gecontroleerd moesten zijn ging de eiseres ervan uit dat de gedateerdheid van de woning inmiddels door de gemeente geconstateerd moest zijn. De rechtbank stelt dat aanbevelingen van de Waarderingskamer niet bindend zijn voor een uitvoeringsorganisatie.

In de bezwaarfase heeft de uitvoeringsorganisatie informatie opgevraagd over de gedateerdheid van de woning. Hier is geen reactie op gekomen. Er is geen informatiebeschikking verstuurd, omdat dit een excessief middel zou zijn in deze situatie. De rechtbank oordeelt dat de bewijslast van de gedateerdheid van de woning bij de eiseres ligt en niet bij de uitvoeringsorganisatie. Het is daarom niet nodig om de bewijslast om te draaien middels een informatiebeschikking.

Een ander argument van de eiseres is het ten onrechte toekennen van een lager onderhoudsniveau van een woning die is gebruikt als een vergelijkbare verkoop. De uitvoeringsorganisatie kan aantonen dat dit niet alleen komt vanwege scheurvorming, maar ook door een gedateerde keuken. De rechtbank stelt hiermee dat het onderhoudsniveau van de vergelijkbare woning voldoende is onderbouwd.

Het is goed om te zien dat de rechtbank ervan uit gaat dat het onmogelijk is om alle WOZ-objecten van binnen en buiten te kennen. Het bevestigt nogmaals dat het controleren van de objectkenmerken tijdens de marktanalyse van groot belang is. Dat geldt niet alleen voor de primaire, maar ook voor de secundaire objectkenmerken.

Klik hier voor de volledige uitspraak.
 

Jan Thomas

Jan is adviseur bij Involon. Hij heeft ruim twintig jaar ervaring op het gebied van gemeentelijke belastingen en basisregistraties. Hij is sinds de invoering van de Wet WOZ, de Wet BAG en de wet BGT werkzaam op deze beleidsterreinen. Bij gemeentes is hij o.a. verantwoordelijk geweest voor projecten op het gebied van implementatie, conversie, kwaliteitsverbetering en procesanalyses.

06 34 75 55 4206 34 75 55 42

Heeft dit artikel uw interesse gewekt en wilt u meer informatie of advies van een van onze medewerkers?

Neem direct contact op

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.