U bevindt zich hier: Home » Nieuws » Spoedmaatregelen beslagvrije voet

Spoedmaatregelen beslagvrije voet

Staatssecretaris Van Ark volgt advies LOSR met spoedmaatregelen beslagvrije voet

Staatssecretaris van Ark van SZW heeft op 13 februari 2019 de Kamerbrief aan de Tweede Kamer verzonden over Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister.

De algehele uitvoering Vereenvoudiging Beslagvrije Voet zal per 1 januari 2021 ingaan.

Mede door de druk die de sociaal raadslieden en Sociaal Werk Nederland hebben uitgeoefend is de urgentie van tussentijds moeten komen met tussenmaatregelen rond de huidige beslagvrije voet doorgedrongen. Van Ark:” Wij zijn daarbij ook Sociaal Werk Nederland erkentelijk voor de door hen gedane suggesties.’ Van Ark refereert in haar Kamerbrief dan ook expliciet aan de brief van Sociaal Werk Nederland en de LOSR met de suggesties voor tussenmaatregelen.

Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister.
Kamerbrief 13-02-2019 <klik hier>

Hieronder een overzicht van een paar belangrijke tussenmaatregelen die genomen worden. Voor het overige: raadpleeg de Kamerbrief van 13-02-2019.

Beslagvrije voet bij inzet overheidsvordering
De belastingdienst en ook de lokale overheden hebben de mogelijkheid om belastingaanslagen met een soort van ‘automatische incasso’ af te schrijven van de bankrekening, wat tot allerlei problemen leidt. De burger kan dan achteraf om toepassing van de beslagvrije voet vragen.
Sociaal raadslieden hebben als ‘tussenmaatregel’ voorgesteld dat de Belastingdienst deze zogenaamde overheidsvordering voorlopig niet meer toepast tot dat de nieuwe wet van kracht wordt.
Dit hele voorstel wordt niet overgenomen, maar in de Kamerbrief staat wel dat de Belastingdienst nog in 2019 zal afstappen van de huidige praktijk om een beslagvrije voet bij overheidsvorderingen achteraf én slechts op verzoek van een belastingschuldige toe te passen. De Belastingdienst gaat deze beslagvrije voet bij een dergelijke vordering voortaan standaard vooraf toepassen. Dat wil zeggen dat de Belastingdienst eerst een beslagvrije voet van een belastingschuldige berekent, alvorens een overheidsvordering wordt gedaan.

Beslagvrije voet bij jongeren (18 t/m 20 jaar)
Voor jongeren geldt, ongeacht of ze uit- of thuiswonend zijn, een beslagvrije voet van € 228. In de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt de beslagvrije voet voor jongeren gelijk aan die van 21-jaar en ouder. De LOSR heeft verzocht om versnelde invoering van deze hogere beslagvrije voet. Van Ark schrijft dat dit verzoek wordt gehonoreerd en binnenkort in een wetsvoorstel wordt opgenomen.

In inrichting verblijvenden
De LOSR heeft eveneens aangekaart dat uitkeringsinstanties, de Belastingdienst en deurwaarders de beslagvrije voet bij verblijf in een inrichting, in weerwil van de bedoeling van de wetgever, door een letterlijke interpretatie van de wet te laag vaststellen. Ook hiervoor is een verduidelijking in de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet opgenomen. De staatssecretaris van SZW zal deze verduidelijking in een binnenkort te verschijnen wetsvoorstel opnemen.

Terugwerkende kracht beslagvrije voet
De LOSR heeft aandacht gevraagd voor het probleem dat met name de Belastingdienst niet bereid is om de beslagvrije voet met terugwerkende kracht te corrigeren indien op een later moment de daarvoor benodigde informatie wordt verstrekt. Juist van de Belastingdienst zou meer flexibiliteit mogen worden verwacht nu de vertraging van de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet voor een belangrijk deel veroorzaakt wordt door implementatieproblemen dan wel prioritering bij de Belastingdienst.
De staatssecretaris van Financiën komt gedeeltelijk tegemoet aan dit verzoek door het beleid als volgt aan te scherpen: Belastingschuldigen die zich melden, krijgen de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn de juiste informatie aan te leveren. Indien zij dit doen, wordt hun beslagvrije voet met ingang van het meldingsmoment - dus met een beperkte terugwerkende kracht - vastgesteld.

Beslagvrije voet bij verrekening
Volgens de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is de beslagvrije voet bij een inkomen gelijk of lager dan de bijstandsnorm gelijk aan 95% van het inkomen. Gemeenten, UWV en SVB moeten bij het verrekenen op de uitkering rekening houden met de beslagvrije voet.
Sociaal raadslieden stellen als ‘tussenmaatregel’ voor om bij beslaglegging of verrekening op een uitkering op bijstandsniveau uit te gaan van een beslagvrije voet van minimaal 95% van het inkomen.
Dit voorstel is gedeeltelijk overgenomen: de staatssecretaris van SZW zal gemeenten oproepen om, anticiperend op de wet minimaal uit te gaan van een percentage gelijk aan 95% van de bijstandsnorm voor respectievelijk een alleenstaande of gehuwde.
 

Stuur deze pagina door naar een vriend(in)

De volgende velden zijn onjuist:

  •