U bevindt zich hier: Home » Nieuws » Kwijtscheldingsnormen 1 juli 2018

Kwijtscheldingsnormen 1 juli 2018

Per 1 juli 2018 zijn de Participatiewet, de Wet IOAW en IOAZ, de AOW, de Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW aangepast als gevolg van de stijging van het bruto wettelijk minimumloon.

De gewijzigde bijstandsnormen uit de Participatiewet heeft direct gevolg voor de kosten van bestaan (kwijtscheldingsnorm) bij de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om kwijtschelding.

Voor een overzicht van de kosten van bestaan (kwijtscheldingsnormen) en alle overige voor de kwijtschelding van belang zijnde (norm)bedragen per 1 juli 2018 <klik hier>

Kostendelersnorm in één specifieke situatie
Vanaf 1 januari 2018 is de kostendelersnorm uit de Participatiewet van toepassing in de kwijtscheldingsregeling.
Als sprake is van kostendelende medebewoners is m.b.t. de berekening van kosten van bestaan (de kwijtscheldingsnorm) in één bepaalde situatie sprake van voortschrijdend inzicht.
Het betreft de categorie gehuwden waarvan één echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.

Casus:    
- Belastingschuldige Wim (60 jaar) is gehuwd met Ria (70 jaar). Er is sprake van een inwonende zoon Jan (25 werkt) en een inwonende dochter Greet (29, werkt).
- Belastingschuldige Wim valt in de categorie echtgenoten/gehuwden. De betalingscapaciteit wordt bepaald aan de hand van de inkomsten en uitgaven van Wim én Ria. Zo ook de kosten van bestaan.

Voor de kosten van bestaan is artikel 16, lid 2 letter b URIW 1990 van toepassing: “de kosten van bestaan voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als een echtgenoot als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, die zijn woning deelt met zijn echtgenoot en met een of meer andere personen op wie de norm, bedoeld in artikel 22a van die wet, van toepassing is: 90-100 percent van de som van de norm, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van die wet, die voor ieder van de echtgenoten afzonderlijk geldt.

Tot nu toe werd gesteld dat in de formule (art. 22a Pw) voor Wim (60 jaar) gekoppeld moet worden met het normbedrag genoemd in art. 21 onder b Pw, en voor Ria (70 jaar) gekoppeld moet worden met het normbedrag genoemd in art. 22 onder b Pw.

In een afstemmingsoverleg met het ministerie van Financiën is besloten om in deze specifieke situatie (categorie gehuwden waarvan één echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de andere echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en sprake is van kostendelende medebewoners) de werkwijze te hanteren dat in de formule (art. 22a Pw) voor zowel Wim (60 jaar) als Ria (70 jaar) gekoppeld wordt met het normbedrag genoemd in art. 22 onder c Pw.

We zijn blij dat het nu eenduidig kan worden toegepast.
Involon heeft haar overzichten aangepast: <klik hier>.
 

 

Stuur deze pagina door naar een vriend(in)

De volgende velden zijn onjuist:

  •