U bevindt zich hier: Home » Nieuws » De Omgevingswet is nog lang niet klaar

De Omgevingswet is nog lang niet klaar

De Omgevingswet moet in 2021 in werking treden. Maar al is de wet zelf al goedgekeurd, het wetgevingsproces is nog lang niet klaar. En ook de implementatie van de nieuwe regels is nog veel werk.

Al jaren wordt er gewerkt aan de Omgevingswet. Het is een wetgevingsoperatie van jewelste. Niet minder dan 28 wetten en honderden algemene maatregelen van bestuur worden geheel of gedeeltelijk vervangen door één wet.

Het kabinet doet dat, omdat het omgevingsstelsel ‘veel te complex geworden is voor deze tijd’, zei toenmalig minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu in maart 2016 tegen de Eerste Kamer. Elke sector en elk onderwerp, van wegenbeheer tot wrakken en monumenten, heeft nu nog een eigen wet. ‘De wetgeving is niet goed toegesneden om de complexe maatschappelijke opgaves waarvoor we staan, aan te kunnen pakken.’ Die maatschappelijke opgaves: klimaatverandering, de energietransitie, het veranderende winkellandschap en de demografische krimp. De wet moet er onder meer toe leiden dat er minder vergunningen nodig zijn, en dat burgers en bedrijven sneller een vergunning krijgen. Procedures gaan op de schop en worden vereenvoudigd. Zo worden plannen en vergunningen zoveel mogelijk gebundeld. Daardoor worden de bestaande naar schatting 50.000 bestemmingsplannen vervangen door ongeveer vierhonderd omgevingsplannen. En die worden eenvoudiger digitaal in te zien.

Schultz loodste de Omgevingswet zelf alweer twee jaar geleden door de Eerste Kamer, en ook de vier bijbehorende algemene maatregelen van bestuur zijn bekend. Maar daarmee is het wetgevingsproces zelf nog verre van afgerond. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken, nu verantwoordelijk voor de wet, werkt nog aan een aantal invoerings- en aanvullingswetten. ‘Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd. Dat geldt ook voor de stelselherziening,’ schreef ze afgelopen maart aan de Tweede Kamer.

Twee sporen
Ollongren zet in op twee sporen. In het zogeheten invoeringsspoor regelt zij de overgang van het huidige stelsel naar het nieuwe stelsel. De daarvoor benodigde Invoeringswet Omgevingswet moet onder meer helderheid geven over de rechtsgeldigheid van besluiten die onder het oude recht zijn genomen. Denk aan omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen. De minister verwacht dat voorstel rond de zomer bij de Tweede Kamer in te dienen.

Het aanvullingsspoor is omvangrijker. Dat behelst nu al vier wetsvoorstellen, waarschijnlijk worden dat er meer. Nog niet alle onderwerpen die in de Omgevingswet moeten worden opgenomen, waren ten tijde van die behandeling af. Er werd nog gewerkt aan vernieuwingen op het gebied van bodem, geluid, grondeigendom en natuur. Met de aanvullingswetten worden die alsnog in de Omgevingswet opgenomen. Zo wordt de Wet natuurbescherming via de Aanvullingswet natuur opgenomen in de Omgevingswet. Die wet zelf is redelijk nieuw en gaat beleidsneutraal over. Het voorstel wordt later dit jaar ingediend bij de Tweede Kamer. De Aanvullingswet bodem is in januari door staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat ingediend bij de Tweede Kamer. Die voor geluid volgt dit voorjaar.

Onteigeningen
De totstandkoming van de Aanvullingswet grondeigendom heeft wat meer voeten in de aarde. Daar leidden de nieuwe onteigeningsprocedures tot veel vragen. Dat de procedures uit de Onteigeningswet uit 1851 vernieuwd moeten worden, lijdt geen twijfel. Maar er was grote vrees, in de Tweede Kamer en bij instanties als de Raad van State en de Hoge Raad, dat de positie van de eigenaar er met de nieuw voorgestelde regeling op achteruit zou gaan. In een motie werd het kabinet opgeroepen ervoor te waken dat de positie daadwerkelijk zou verslechteren. Het kabinet neemt de reacties uit de consultatieversie mee bij de definitieve uitwerking van de plannen. Daarin is nu onder meer bepaald dat de bestuursrechter voortaan betrokken wordt bij elke onteigening. Het is de bedoeling dat de Aanvullingswet grondeigendom aan het einde van dit jaar of begin volgend jaar bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Later volgen ook nog speciale invoeringswetten – nu nog modules genoemd door BZK – voor water, milieu en wegbeheer. Het is nog niet bekend wanneer die worden ingevoerd. De werkzaamheden daarvoor zijn nog niet gepland, laat een woordvoerder van Ollongren weten. De precieze inhoud is afhankelijke van de wensen van een volgend kabinet.

Implementatie
En dat is nog maar is het wettelijke traject. De implementatie van de nieuwe regels is eveneens een omvangrijke klus. De transitie is meer dan alleen het invoeren van de nieuwe regels, waarschuwde Ollongren in maart. ‘Het gaat ook om een andere manier van werken’. Zo moeten gemeenten de bestaande bestemmingsplannen, soms tientallen per gemeente, omvormen tot omgevingsplannen. Dat is meer dan het enkel samenvoegen van bestaande plannen: er moeten geheel nieuwe onderdelen in worden uitgewerkt.

En het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO) is ook nog niet af. Dat ICT-stelsel moet overheden ondersteunen bij het uitvoeren van de nieuwe wet. Zo moet iedereen via het DSO de omgevingsplannen kunnen inzien, zodat duidelijk is wat er wel en niet mag op een bepaalde locatie. Het systeem zal de komende jaren stapsgewijs ontwikkeld worden. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande systemen en voorzieningen.

Bron Staatscourant, Rutger van den Dikkenberg. 

Stuur deze pagina door naar een vriend(in)

De volgende velden zijn onjuist:

  •