U bevindt zich hier: Home » Nieuws » Termijn stellen aan het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Mevrouw A. klaagt erover dat de invorderingsambtenaar van de gemeente weigert om haar in de gelegenheid te stellen kwijtschelding aan te vragen over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009.
De gemeente voert aan dat de gemeenteraad op 6 november 1995 heeft besloten op basis van artikel 255 van de Gemeentewet en artikel 26 van de Invorderingswet 1990 een termijn van zes weken te stellen - welke aanvangt met ingang van de dag na die van de dagtekening van het aanslagbiljet - voor het doen van een aanvraag om kwijtschelding.
De gemeente is op de hoogte van het rapport van de Nationale ombudsman (waarbij is gedoeld op rapport 2008/113) waarbij het hanteren van een fatale termijn voor het doen van een verzoek om kwijtschelding niet behoorlijk is geacht. Dat doet volgens haar niet af aan de geldigheid van het raadsbesluit. Zij stelt haar burgers gedurig en uitgebreid te informeren over de termijn voor het indienen van een verzoek om kwijtschelding.
Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman over het toch stellen van een fatale termijn voor het indienen van een verzoek om kwijtschelding? Vervolg op het rapport uit 2008!
Is hier sprake van schending van het redelijkheidvereiste?
Wordt hier gehandeld is strijd met de wet?
Voor de antwoorden <klik hier>
'Verhoging griffierechten strandt in Eerste Kamer'
Servicepagina actualiteiten invordering en kwijtschelding
Rapport Kwijtscheldingsbeleid waterschappen
Meer beleidsvrijheid voor kwijtschelding
Benchmark belastingen voor elke gemeente
Saltshof 1020
6604 EA Wijchen
www.involon.nl
Telefoon 024 64 85 900
Fax 024 64 85 907
E-mail info@involon.nl