U bevindt zich hier: Home » Nieuws » Privaatrechtelijke invordering en buitengerechtelijke incassokosten

Privaatrechtelijke invordering en buitengerechtelijke incassokosten

Nieuwe wet stelt paal en perk aan buitengerechtelijke incassokosten.

De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat een maximum stelt aan de buitengerechtelijke incassokosten voor vorderingen tot 25.000 euro. De nieuwe wet moet vooral consumenten en kleine bedrijven beschermen tegen buitensporige kosten.

Volgens de wet mag een schuldeiser kosten in rekening brengen voor het innen van vorderingen voordat hij een gerechtelijke procedure begint. Het gaat om bijvoorbeeld administratiekosten, kosten voor het versturen van aanmaningen en kosten voor overleg over een schikking. Die kosten moeten volgens de huidige wet redelijk en reëel zijn. Dat is een ruim criterium. Om rechters enige houvast te bieden bij het bepalen van de kosten, zijn daarvoor uitgangspunten vastgelegd in het ‘Rapport Voorwerk-II’. Daarin staan staffels waarin de kosten worden bepaald door het financieel belang van de vordering. Het staat de rechters vrij – want zij zijn onafhankelijk – daarvan af te wijken en zelf de hoogte van de vergoeding vast te stellen. Aan dat principe maakt het wetsvoorstel een einde. Het voorstel is nu voorgelegd aan de Eerste Kamer.

Vaste percentages
Bij de voorgestelde normering ligt vast welk bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten in rekening mag worden gebracht. De rechter, maar ook de schuldeiser, kan daar niet van afwijken. Vooropgesteld dat de schuldenaar een consument is. In juridische zin is dat een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Als de schuldenaar geen consument is – en hij of zij de schulden heeft gemaakt bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf – dan kan alleen van de wettelijke normering worden afgeweken als schuldeiser en schuldenaar dat overeenkomen. Zijn er over de incassokosten geen afspraken gemaakt? Dan is de wettelijke regeling incassokosten van toepassing. Volgens het wetsvoorstel zijn de in rekening te brengen kosten een vast percentage van de vordering.

Die percentages zijn:
- 15% over de eerste 2.500 euro, met een minimum van veertig euro
- 10% over de volgende 2.500 euro
- 5% over de volgende 5.000 euro
- 1% over de volgende 15.000 euro.

Het percentage wordt berekend over de hoofdsom, zonder de vervallen rente. Bij vorderingen boven de 25.000 euro staat het partijen vrij afspraken te maken over de hoogte van de incassokosten en deze vervolgens vast te leggen in bijvoorbeeld een contract of in de leveringsvoorwaarden. Bij hogere vorderingen valt de vergoeding van de incassokosten lager uit dan bij de toepassing van het ‘Rapport Voorwerk-II’. Volgens de vereniging van incasso- en procesadvocaten (VIA) biedt de nieuwe wet onvoldoende prikkels om de schuldenaar aan zijn verplichting te laten voldoen. “Bij vorderingen vanaf 10.000 euro neemt die prikkel zelfs af. Wanbetalen in Nederland zal blijven lonen.”
 

Stuur deze pagina door naar een vriend(in)

De volgende velden zijn onjuist:

  •